Op deze pagina
Kort antwoord: Een goed verzorgde stadsboerderij brengt bloemen, oude rassen en nuttige insecten naar een gebouw. Ratten, muizen of duiven lokt ze niet. Die dieren komen af op afval, etensresten en plekken om te nestelen. Onze stadsboeren komen elke week langs, oogsten wat rijp is en ruimen uitgebloeide planten op, dus de boerderij heeft die dieren heel weinig te bieden. Waar knaagdieren of vogels al op een terrein leven, loopt de eigen ongediertebestrijding van het gebouw gewoon door en beschermen onze stadsboeren de gewassen.
Als een vastgoedteam een boerderij op het dak of naast het gebouw overweegt, komen al snel twee vragen op. Wat doet zo'n boerderij voor de natuur? En trekt ze ongedierte aan? Beide antwoorden hebben dezelfde bron: wat er geplant wordt, en hoe de boerderij week na week wordt verzorgd.
Die vragen zijn actueel. Nu de VN-Biodiversiteitsconferentie COP17 van 19 tot en met 30 oktober 2026 in Jerevan bijeenkomt, krijgen veel vastgoedteams de vraag wat hun gebouwen voor de natuur doen.
Deze gids beantwoordt beide vragen. Hij beschrijft wat MicroHabitat echt doet op zijn meer dan 250 stadsboerderijen, wat onze stadsboeren in 2026 op die boerderijen hebben vastgelegd, en wat gezondheidsdiensten en onderzoekers zeggen. Hij is geschreven voor vastgoedbeheerders, duurzaamheidsverantwoordelijken en iedereen die een boerderij moet uitleggen aan huurders, eigenaren of een bestuur.

Is een stadsboerderij een natuurgebaseerde oplossing?
Ja, als ze zo is ontworpen en zo wordt beheerd. In 2022 nam de Milieuvergadering van de Verenigde Naties een definitie aan: natuurgebaseerde oplossingen zijn maatregelen om natuurlijke of aangepaste ecosystemen te beschermen, te behouden, te herstellen, duurzaam te gebruiken en te beheren. Ze pakken sociale, economische en ecologische uitdagingen aan en leveren tegelijk menselijk welzijn, ecosysteemdiensten, veerkracht en voordelen voor de biodiversiteit op. Een stadsboerderij is een aangepast ecosysteem in de meest letterlijke zin: aarde, planten, water en insecten, teruggebracht op een dak of binnenplaats waar niets van dat alles was.
Ze pakt ook meerdere uitdagingen tegelijk aan, en daar draait het idee juist om. Dezelfde potten leveren voedsel dicht bij de plek waar mensen werken en wonen, voeden bestuivers en geven huurders en medewerkers een reden om samen tijd buiten door te brengen. Rapporteert uw bedrijf over natuurgebaseerd werk in de hele waardeketen? Onze gids over Scope 3 en natuurgebaseerde oplossingen voor gebouwen legt uit hoe dat werkt.
Overdrijf het niet. Een boerderij van 30 of 100 potten is geen hersteld moerasgebied, en zo hoort u haar ook niet te beschrijven. Haar waarde is dat ze levend, bloeiend leefgebied toevoegt aan een gebouw waar eerst grind of beton lag, elk seizoen opnieuw, met een vakkracht die ervoor verantwoordelijk is.
Hoe ondersteunt een stadsboerderij de biodiversiteit op een gebouw?
Een stadsboerderij ondersteunt de biodiversiteit vooral doordat ze bloeit. Bijen, vlinders en andere bestuivers hebben van eind voorjaar tot in de herfst nectar en stuifmeel nodig, en een dak in de stad biedt meestal niets. Een boerderij vult dat gat. Tomaten, pompoenen, bonen, aubergines en aardbeien bloeien voordat ze vrucht dragen. Kruiden zoals basilicum, bieslook, oregano en munt bloeien tussen de gewassen, zoals de foto's van onze boerderijen laten zien. En tussen de groenten worden bewust bloemen geplant. Op onze boerderijen zijn dat vooral afrikaantjes, Oost-Indische kers, leeuwenbekjes en anijsnetel.
Onderzoek onderbouwt het idee dat kleine, bloeiende plekken in de stad meetellen. Een studie naar bestuivers in vier Britse steden, gepubliceerd in Nature Ecology & Evolution, vond dat volkstuinen, de gedeelde moestuinen in Britse steden, en tuinen bij woningen hotspots voor bestuivers waren. Zulke moestuinen lijken op de boerderijen die MicroHabitat op gebouwen aanlegt. Ook voedselboerderijen op daken tellen mee: onderzoekers die drie dakboerderijen in het centrum van St. Louis bestudeerden, vonden er 38 bijensoorten. Een dak vervangt geen leefgebied op de grond, maar vult het wel aan.
We leggen ook vast wat we zien. MyUrbanFarm, het platform waarin onze stadsboeren werken, controleert foto's van de boerderijen op nuttige insecten en spinnen. Een waarneming is één insect of spin, herkend op één foto. De waarnemingen waarvan de software het zekerst is, verschijnen op de eigen pagina van de boerderij. Van april tot begin oktober 2026 registreerde het platform 226 waarnemingen op 82 boerderijen:
| Nuttig insect of spin | Waarnemingen | Boerderijen |
|---|---|---|
| Hommels | 111 | 49 |
| Lieveheersbeestjes (volwassen) | 54 | 30 |
| Andere wilde bijen | 39 | 22 |
| Spinnen en hooiwagens | 16 | 10 |
| Larven van lieveheersbeestjes | 5 | 5 |
| Zweefvliegen | 1 | 1 |
De larven zeggen het meest, al zijn het er tot nu toe maar vijf. Een volwassen lieveheersbeestje kan gewoon op doorreis zijn. Larven betekenen dat lieveheersbeestjes zich op de boerderij voortplanten, en elke larve eet bladluizen terwijl ze opgroeit.
Lees deze cijfers met drie kanttekeningen. Software herkent de waarnemingen, en onze medewerkers hebben er tot nu toe 26 van de 226 bevestigd. Het zijn groepen insecten, geen inventarisatie van soorten. En ze laten zien wat de boerderijen bezoekt; ze meten geen verandering in de biodiversiteit van een stad.
Telen de boerderijen oude rassen en inheemse planten?
De boerderijen telen oude tomatenrassen, en inheemse planten kunnen aan het teeltplan van elke boerderij worden toegevoegd. Ze beschermen elk een ander soort biodiversiteit. Oude rassen houden de diversiteit binnen onze voedselgewassen levend. Inheemse planten voeden de wilde insecten die samen met hen zijn geëvolueerd.
Oude rassen (in het Engels heirloom) zijn oudere, open bestoven rassen die tuiniers hebben bewaard en doorgegeven, zodat hun zaad jaar na jaar dezelfde plant oplevert. Ze zijn belangrijk omdat de diversiteit van gewassen is versmald. De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) heeft geschat dat tussen 1900 en 2000 ongeveer 75 procent van de gewasdiversiteit verloren ging, doordat boeren veel lokale rassen vervingen door een paar uniforme. Elk oud ras dat wordt geteeld, houdt een klein stukje van die verscheidenheid in gebruik. Onze teeltplannen bevatten oude tomatenrassen naast cherrytomaten en hybride rassen. Zo kan de oogst van één boerderij tomaten in veel kleuren, vormen en maten opleveren.
Inheemse planten zijn de soorten die in een regio groeiden voordat mensen er andere soorten naartoe brachten. Zoals de Amerikaanse bosbouwdienst (US Forest Service) uitlegt, zijn inheemse planten aangepast aan het lokale klimaat, de bodem en de inheemse bestuivers. De meeste groenten zijn niet inheems in de steden waar wij telen, en ook daarom doen de bloemen tussen de gewassen ertoe. Anijsnetel, een bloeiend kruid waarvan de wilde vorm inheems is in Noord-Amerika, werd tussen augustus en oktober 2026 op 74 van onze boerderijen geoogst. Op de foto's van onze boerderijen zitten er vaak hommels op. Teeltplannen worden per boerderij opgesteld. Een gebouw dat inheemse wilde bloemen in zijn potten wil, kan daar dus om vragen, en ons teeltteam beoordeelt elk verzoek.
| Wat we planten | Voorbeelden op onze boerderijen | Wat het doet voor de biodiversiteit |
|---|---|---|
| Bloeiende groenten en vruchten | Tomaten, pompoenen, bonen, aubergines, aardbeien | Stuifmeel en nectar de hele zomer, en daarnaast voedsel |
| Bloeiende kruiden | Basilicum, bieslook, oregano, munt, anijsnetel | Nectar voor bijen zolang ze bloeien |
| Bloemen voor combinatieteelt | Afrikaantjes, Oost-Indische kers, leeuwenbekjes | Kleur en nectar tussen de gewassen, en beschutting voor nuttige insecten |
| Oude rassen | Oude tomatenrassen | Houden oudere gewasrassen, en hun genetische diversiteit, in gebruik |
Kan een dakboerderij een toevluchtsoord voor biodiversiteit zijn?
Een dakboerderij kan een klein toevluchtsoord voor biodiversiteit zijn, als u dat woord opvat als een schuilplaats: een plek waar insecten voedsel en beschutting vinden, en waar geen synthetische pesticiden worden gebruikt. Het is geen beschermd natuurgebied, en zo hoort u het ook niet te rapporteren. Drie dingen maken het verschil:
- Voedsel het hele seizoen. Steeds iets in bloei, van het planten eind voorjaar tot de eerste vorst.
- Beschutting. Bladrijke planten en aarde in elke pot geven insecten plekken om te rusten en te jagen. Insectenhotels kunnen daar nog meer aan toevoegen: deze zomer kreeg een van onze boerderijen in Toronto twee bijenhotels van MicroHabitat.
- Geen synthetische pesticiden. Spuiten is een laatste redmiddel, en dan alleen met middelen van het soort dat voor biologisch tuinieren wordt verkocht.

Overheden hebben ook afgesproken om groene ruimte in steden uit te breiden. Doel 12 van het Mondiaal Biodiversiteitskader van Kunming-Montreal vraagt hun de oppervlakte, de kwaliteit en de onderlinge verbinding van groene ruimtes in de stad te vergroten, en ook de toegang van mensen ertoe. Eén boerderij haalt geen mondiaal doel. Maar veel bloeiende daken en binnenplaatsen geven bestuivers meer plekken om voedsel te vinden tussen de parken.
Trekken stadsboerderijen ratten, muizen of duiven aan?
Een goed verzorgde stadsboerderij lokt geen ratten, muizen of duiven naar een gebouw. Die dieren gaan af op afval, etensresten, water en beschutting. De gezondheidsdienst van de stad New York zegt het eenvoudig: ratten zoeken plekken die hun voedsel, water en beschutting geven, en wie die moeilijker te vinden maakt, houdt ze weg. Duiven verzamelen zich waar mensen ze voeren en waar gebouwen ze rustplekken bieden, zoals Britse gemeentelijke richtlijnen over verwilderde duiven uitleggen.
Een boerderij die elke week wordt verzorgd, biedt ze daar heel weinig van. De tabel laat zien hoe.
| Wat ratten, muizen en overlastgevende vogels aantrekt | Wat onze stadsboeren eraan doen |
|---|---|
| Afval en etensresten | Compost komt binnen als kant-en-klare bodemverbeteraar. Uitgebloeide en zieke planten gaan in zakken en worden afgevoerd. |
| Rijpe of gevallen oogst die ligt te rotten | Bij elk wekelijks bezoek wordt geoogst, en beschadigde of gevallen vruchten worden weggehaald zodra ze worden gevonden. |
| Graan en zaad | In onze oogstregistraties van 2026 komen geen graan- of zaadgewassen voor. |
| Schuilplekken voor de winter | Uitgebloeide planten worden snel opgeruimd, zodat plagen minder plekken hebben om te overwinteren. |
| Winter | Voor de sluiting wordt alles wat rijp is geoogst, worden de planten teruggesnoeid, wordt het plantenafval in zakken afgevoerd en wordt de plek schoongemaakt. |
Onze registraties bevestigen dat. Insecten zoals bladluizen zijn verreweg de meest voorkomende plagen. Van augustus tot oktober 2026 noteerden onze stadsboeren 353 problemen met insecten en 24 met vogels of zoogdieren. Geen enkele van onze boerderijen heeft een probleem met duiven gemeld. Dieren die van de gewassen aten, werden gemeld op 6 van de 143 dakboerderijen die in die periode wekelijkse verslagen indienden.
Eerlijk is eerlijk: er zijn uitzonderingen. Waar ratten, muizen, eekhoorns of konijnen al rond een gebouw leven, kunnen ze aan gewassen knabbelen of aan een pot knagen. Dat gebeurt vooral in tuinen op de begane grond, waar meer wilde dieren langskomen dan op daken. In kuststeden zoals Vancouver nestelen meeuwen al op platte daken, en kraaien pikken soms in rijpe tomaten. Britse gemeentelijke richtlijnen noemen platte daken van bedrijfspanden de favoriete nestplekken van meeuwen. Ze merken ook op dat een daktuin die vaak wordt gebruikt, een kolonie ervan kan weerhouden zich te vestigen. De boerderij trekt deze dieren niet aan, maar waar ze al leven, hebben de gewassen bescherming nodig. Onze stadsboeren pakken dat per locatie aan: rijpe vruchten eerder plukken, windmolentjes die kraaien onrustig maken, hekwerk tegen konijnen op de begane grond, en netten waar een klant dat wil.

Hoe bestrijdt MicroHabitat plagen zonder synthetische pesticiden?
MicroHabitat bestrijdt plagen met geïntegreerde plaagbestrijding, in het Engels integrated pest management of IPM: eerst problemen voorkomen, vaak controleren en de mildste aanpak kiezen die werkt. Het Amerikaanse milieuagentschap EPA beschrijft IPM als een aanpak die preventie, monitoring en bestrijding combineert. Die aanpak kiest eerst voor doeltreffende middelen met minder risico, en houdt breed spuiten met pesticiden achter de hand als laatste redmiddel. Ons teeltteam geeft elke stadsboer de vaste instructie om daarmee te beginnen: plagen met de hand verwijderen, en eerst zorgen voor meer ruimte tussen de planten en betere luchtcirculatie.
Elk wekelijks bezoek volgt dezelfde volgorde:
- Controleren. Bij elk bezoek worden bladeren, stengels en vruchten nagekeken op insecten en ziekten. MyUrbanFarm bekijkt daarnaast de foto's van elk bezoek op tekenen van problemen die een stadsboer over het hoofd zou kunnen zien.
- Voorkomen. Planten krijgen ruimte en worden gesnoeid voor een goede luchtcirculatie. Zijn ze uitgebloeid, dan worden ze snel opgeruimd, zodat plagen en ziekten minder plekken hebben om te overwinteren.
- Met de hand verwijderen. De meest voorkomende aanpak in onze registraties: plagen worden eraf geplukt, beschadigde bladeren en vruchten weggeknipt.
- Natuurlijke vijanden hun werk laten doen. Lieveheersbeestjes, zweefvliegen, spinnen en af en toe een bidsprinkhaan eten bladluizen en andere plantenetende insecten. De bloemen tussen de gewassen helpen om ze op de boerderij te houden.
- Alleen behandelen als het nodig is, en alleen na de oogst. Is handwerk niet genoeg, dan gebruiken de stadsboeren middelen met weinig impact van het soort dat voor biologisch tuinieren wordt verkocht, zoals insecticide zeep. Bij elk bezoek wordt eerst geoogst, en een eventuele behandeling volgt pas daarna. Wij gebruiken geen synthetische pesticiden.
Welke sociale impact hoort bij de biodiversiteit?
De sociale impact is de andere helft van een natuurgebaseerde oplossing: de mensen die de boerderij tegenkomen. Een boerderij op een gebouw geeft huurders, medewerkers en buurtbewoners een plek om bestuivers van dichtbij te zien. Het Regionaal Bureau voor Europa van de Wereldgezondheidsorganisatie heeft het bewijs op een rij gezet dat groene ruimtes in de stad gezondheid en welzijn ondersteunen.
Elk boerderijprogramma van MicroHabitat bevat elk jaar educatieve activiteiten. Twee activiteiten uit onze catalogus gaan rechtstreeks over biodiversiteit:
- Bestuivers en stadslandbouw: hoe bestuiving werkt, welke planten bestuivers helpen, wat hen bedreigt, en wat boerderijen en tuinen kunnen doen.
- BioBlitz: deelnemers zoeken de planten, insecten, vogels en schimmels op de boerderij en leggen ze vast met de app iNaturalist. Zo komen hun waarnemingen terecht in een wereldwijde databank voor burgerwetenschap. Bij een BioBlitz in juni 2026 herkende het winnende team 73 verschillende soorten.
De oogst heeft ook een eigen sociale impact. Via ons programma Stedelijke Solidariteitsboerderijen heeft MicroHabitat met meer dan 35 voedselbanken samengewerkt en 59.400 lbs (Engelse ponden) groenten gedoneerd. Zo helpen dezelfde boerderijen die bestuivers voeden ook mensen in de buurt aan eten.
Hoe vertelt een vastgoedteam het best over de biodiversiteit van zijn boerderij?
Vertel wat de boerderij doet en wat er is waargenomen, en claim alleen wat het bewijs laat zien. Dan is het verhaal makkelijk na te vertellen en moeilijk aan te vechten:
- Zeg wat er geplant is en wanneer het bloeit. Dat is een feit dat u zelf in de hand hebt.
- Presenteer waarnemingen als observaties. "In juli en augustus zijn hommels en lieveheersbeestjes op de boerderij vastgelegd" klopt; een telling van soorten op basis van foto's niet.
- Beschrijf hoe ongedierte wordt voorkomen, en geef geen garantie. Vertel hoe de boerderij schoon wordt gehouden en wordt geoogst, in plaats van te beloven dat er nooit een dier langskomt.
- Noem de boerderij niet "natuurpositief" en spreek niet van "netto biodiversiteitswinst" zonder formele beoordeling. Die labels vragen om een vastgelegde afbakening, een nulmeting en een ecoloog die ervoor instaat. Ons artikel over natuurpositieve gebouwen legt uit waarom.
Onze gids over het bewijs achter het natuurverhaal van een gebouw laat zien hoe u die gegevens bijhoudt. De complete gids over ESG en stadslandbouw laat zien waar ze passen in de bredere rapportage.
Veelgestelde vragen
Trekt een dakboerderij ratten aan?
Nee. Ratten zoeken afval, etensresten, water en beschutting, en een boerderij die elke week wordt geoogst en schoongemaakt, biedt daar heel weinig van. In onze registraties komen dieren die van de gewassen eten op daken weinig voor. Heeft een gebouw al ratten, dan hoort de gewone ongediertebestrijding van het gebouw door te lopen zoals voorheen. Onze stadsboeren melden elk teken van dieren in hun wekelijkse bezoeknotities.
Trekt de boerderij duiven of meeuwen aan?
Duiven zijn geen probleem geweest: geen enkele van onze boerderijen heeft een probleem met duiven gemeld. In kuststeden nestelen meeuwen al op platte daken, en die kunnen in rijpe vruchten pikken. Waar dat gebeurt, helpen eerder plukken, windmolentjes of netten om de gewassen te beschermen.
Gebruikt MicroHabitat pesticiden op de boerderijen?
Wij gebruiken geen synthetische pesticiden. Plagen worden eerst voorkomen en met de hand verwijderd. Is dat niet genoeg, dan gebruiken de stadsboeren middelen met weinig impact van het soort dat voor biologisch tuinieren wordt verkocht, zoals insecticide zeep. Dat gebeurt alleen nadat de oogst van dat bezoek is geplukt.
Wat gebeurt er in de winter met de boerderij?
Aan het eind van het seizoen wordt alles wat rijp is geoogst, worden de planten teruggesnoeid, wordt het plantenafval in zakken afgevoerd en wordt de plek schoongemaakt. De potten en hun aarde blijven de winter over staan. Rijpe oogst en uitgebloeide planten worden weggehaald, dus er blijft geen gewas liggen rotten.
Kan de boerderij meetellen voor onze biodiversiteitsdoelen?
Ze kan die doelen ondersteunen met echt bewijs: wat er is geplant, wat er bloeide en wanneer, de nuttige insecten die op de boerderij zijn vastgelegd, en de activiteiten waaraan mensen deelnamen. Ze vervangt geen ecologisch onderzoek. Hoe biodiversiteit wordt gerapporteerd, leest u in onze gids over CSRD-biodiversiteitsrapportage voor vastgoed.
Plant u voor het voorjaar van 2027 een boerderij bij uw gebouw? Vraag ons dan om het teeltplan, de bloemen daarin, en hoe de boerderij het hele seizoen en in de winter schoon wordt gehouden. Hebt u al een boerderij bij ons, dan toont haar pagina in MyUrbanFarm de eventuele nuttige insecten die er dit jaar zijn vastgelegd.



