Op deze pagina
Kort antwoord: De impact van stadslandbouw meten betekent vastleggen wat de stadsboerderij oplevert en wie meedoet: oogstgewicht per gewas, donaties die geplukt, geleverd en aangenomen zijn, activiteiten en opkomst, onderhoudsbezoeken, gedateerde waarnemingen en foto's met toestemming. Bij elk cijfer hoort een vermelding of het gemeten of geschat is, een bron en een controle voordat het in een ESG-rapport komt.
Waar de winter een pauze afdwingt, is het buitenseizoen net afgelopen en gaan de cijfers van de stadsboerderij op reis. Ze komen terecht in een duurzaamheidsverslag, een GRESB-inzending, een nieuwsbrief voor huurders of een certificeringsdossier, meestal overgenomen door iemand die de boerderij nooit heeft gezien. Wie de impact van stadslandbouw wil meten, moet daarom vooral cijfers maken die hun betekenis houden als ze uit hun context worden gehaald. Hun waarde hangt minder af van de omvang van de oogst dan van de manier waarop elk cijfer is verzameld, gelabeld en gecontroleerd.
Deze gids gaat over het meetsysteem achter die cijfers: wat u door het jaar heen meet, hoe u de methode vastlegt voordat het seizoen begint, wie de cijfers controleert en waar ze terechtkomen. Aanvullende artikelen gaan dieper in op het weekverslag en het seizoensverslag. De koppeling van de boerderij aan afzonderlijke beoordelingssystemen en rapportagekaders staat in onze gids over ESG en stadslandbouw; dit artikel verwijst daarnaar in plaats van het te herhalen.

Wat meet u om de impact van stadslandbouw aan te tonen?
Meet alleen wat de stadsboerderij kan aantonen: oogstgewicht, donaties, activiteiten en opkomst, onderhoudsbezoeken, teeltoppervlak en gedateerde waarnemingen, en behandel CO₂ apart en met voorzichtigheid. In deze gids betekent gemeten: gewogen, geteld of vastgelegd op het moment zelf; geschat betekent: berekend uit andere gegevens.
De tabel hieronder laat zien hoe de gebruikelijke indicatoren worden verzameld, hoe u ze labelt en waar ze doorgaans worden gebruikt. Zie de tabel als vertrekpunt voor uw eigen methode, niet als vaste standaard.
| Indicator | Hoe verzameld | Gemeten of geschat | Waar gebruikt |
|---|---|---|---|
| Oogstgewicht per gewas | Op de oogstdag ter plaatse gewogen en bij het bezoek genoteerd | Gemeten; alleen geschat voor oogsten die niet gewogen zijn, met vermelding van de methode | Seizoensverslag, ESG-rapport, berichten aan huurders of medewerkers |
| Donaties | Gewicht genoteerd bij het ophalen; levering en acceptatie bevestigd door de ontvangende organisatie | Gemeten in elke fase; geleverd staat nooit automatisch gelijk aan aangenomen | Maatschappelijk deel van het duurzaamheidsverslag, berichten aan partners |
| Activiteiten en opkomst | Telling of presentielijst bij elke activiteit | Gemeten als het op de dag zelf is geteld; geschat als het achteraf is geteld | Rapportage over betrokkenheid, interne communicatie |
| Onderhoudsbezoeken | Een gedateerde notitie per bezoek | Gemeten | Contractevaluatie, seizoensverslag |
| Teeltoppervlak | Gemeten bij de installatie, bijgewerkt als de indeling verandert | Gemeten | Afbakening van het rapport, bewijs voor certificering |
| Waarnemingen | Gedateerde notities en foto's op vaste punten | Waarnemingen, geen telling van biodiversiteit | Verhaal over biodiversiteit, met de grenzen erbij |
| CO₂ | Niet gemeten bij een kleine boerderij; elk cijfer komt uit een model | Geschat (gemodelleerd), nooit een gemeten besparing | Alleen met de methode erbij, nooit als besparing of compensatie |
Resultaten staan bewust niet in de tabel. Een boerderijprogramma kan vastleggen wat er is gedaan en wat er is gezien; een verandering in biodiversiteit, welzijn of lokale voedselzekerheid vraagt een eigen methode, een beginsituatie en meestal een specialist, en hoort niet uit deze cijfers te worden afgeleid.
Hoe worden wekelijkse notities seizoenscijfers?
Wekelijkse notities worden seizoenscijfers door ze op te tellen voor een vastgelegde afbakening en periode; een seizoenstotaal is dus maar zo betrouwbaar als de bezoeknotities waaruit het bestaat. De keten loopt van het bezoekverslag via het seizoensverslag naar wat uw organisatie uiteindelijk publiceert.
Voor de rapportage tellen bij elk bezoek een paar gegevens: de datum, wat er is geoogst en gewogen, met de eenheid, waar het naartoe ging en wat er is waargenomen. Een oogstgewicht dat in oktober uit het hoofd wordt gereconstrueerd, is een schatting, hoe stellig het ook wordt opgeschreven. Ons artikel over wat uw aanbieder elke week zou moeten rapporteren beschrijft wat elk bezoek moet vastleggen en wat u afspreekt daarvan te ontvangen.
Dat optellen gebeurt in het seizoensverslag, dat zijn afbakening en periode hoort te vermelden en gemeten cijfers en schattingen gescheiden houdt. Wat erin hoort, hoe u het leest en wat u vraagt als er iets ontbreekt, staat in ons artikel over wat er in een seizoensverslag hoort.
Bij MicroHabitat leggen de stadsboeren bijvoorbeeld elk bezoek vast in MyUrbanFarm, en het seizoensverslag dat op die gegevens is gebaseerd, markeert elk geschat cijfer als schatting: de klantversie zet de gewogen oogst voorop en toont elke schatting apart. Tussen de rapporten door volgen klanten de boerderij via regelmatige berichten en foto's op de pagina van de boerderij.
Naast het seizoensverslag kunnen gemeten boerderijgegevens ook deel uitmaken van het bewijs voor een certificeringsrapport, een apart document dat de certificerende instantie toetst aan haar eigen eisen.
Hoe legt u de meetmethode vast voordat het seizoen begint?
Leg de methode op papier vóór de eerste oogst: wat er wordt geteld, in welke eenheid, door wie, hoe elk cijfer wordt gelabeld en hoe er wordt geschat als een meting ontbreekt. Regels die vooraf zijn afgesproken, houden de cijfers van een seizoen consistent van de eerste tot de laatste week.
Er is ook een rapportagereden. De standaard GRI 1: Foundation 2021, die de rapportageprincipes van de GRI-standaarden vastlegt, vraagt organisaties aan te geven welke gegevens gemeten en welke geschat zijn, en de aannames en technieken achter elke schatting toe te lichten. Een schattingsregel die in het voorjaar is afgesproken, is makkelijk uit te leggen; een regel die in januari wordt bedacht om een gat te dichten, veel minder.
Een methode van één pagina regelt meestal vijf punten:
- Afbakening: welke boerderij of boerderijen, welke periode en welk teeltoppervlak, en of een binnenboerderij apart wordt gerapporteerd. Zonder vastgelegde afbakening valt een totaal niet te vergelijken met vorig jaar of met een andere locatie.
- Eenheden: kilo's of lbs (Engelse ponden), één keer gekozen en bij elk cijfer vermeld. De twee horen nooit door elkaar in één kolom.
- Bezoekvelden: de gegevens die elk bezoekverslag moet bevatten, telkens in dezelfde vorm, zodat de totalen kloppen.
- Labels en schattingen: de regel wanneer een cijfer gemeten of geschat heet, en de methode voor het geval een oogst niet kan worden gewogen, vastgelegd voordat dat gebeurt.
- Aftekenen: wie de seizoenstotalen controleert, bij de aanbieder en bij u, voordat ze worden gebruikt.
Ligt de methode eenmaal vast, dan hoeft elk rapport haar alleen nog toe te passen, en moeten de labels elke kopie overleven: een cijfer dat in een presentatie of nieuwsbrief belandt, houdt zijn label en zijn eenheid.
Hoe telt u donaties en deelname?
Tel donaties in elke fase waarin de groenten van eigenaar wisselen, en tel deelname als aanwezigheid bij activiteiten, zonder meer persoonsgegevens te verzamelen dan mensen hebben willen delen. Beide lijken eenvoudig, en juist daar lopen totalen het makkelijkst uit de hand.
Rapporteer bij donaties de fase die u kunt aantonen en benoem die: geplukt, geleverd of aangenomen. Ons artikel voor Wereldvoedseldag over oogstdonaties legt uit waarom die drie cijfers verschillen en hoe u de overdracht met de ontvangende organisatie plant.
Voorkom ook dubbeltellingen: wat naar de voedselbank ging, hoort niet ook bij de oogst voor huurders. Een cumulatief cijfer zoals de 59.400 lbs groenten die MicroHabitat aan meer dan 35 voedselbanken heeft gedoneerd, is de som van vele afzonderlijke overdrachten, en zo'n totaal betekent alleen iets als elke overdracht is vastgelegd.
Wees voorzichtig met omrekeningen. Wie kilo's of lbs omzet in maaltijden, porties of gevoede mensen, heeft een omrekeningsfactor nodig, en die factor komt van iemand. Geeft een voedselbank er een, noem dan de bron en label de uitkomst als schatting. Geeft niemand er een, rapporteer dan het gewicht.
Bij deelname legt u vast wat er werd aangeboden en hoeveel mensen er kwamen: de gehouden activiteiten, het soort activiteit en de opkomst per activiteit. Geaggregeerde aantallen zijn meestal genoeg. Namen, foto's en citaten vragen toestemming van de betrokkene, en deelname mag nooit worden gekoppeld aan iemands functioneringsgesprek. Wilt u weten of mensen een activiteit waardeerden, dan zegt een korte, vrijwillige en anonieme vraag meer dan een namenlijst.
Hoe gebruikt u waarnemingen en foto's als bewijs?
Waarnemingen en foto's zijn ondersteunend bewijs: ze tonen wat er op een bepaalde datum is gezien, geen gemeten verandering in biodiversiteit of welzijn. Zo gebruikt maken ze een rapport geloofwaardiger. Gebruikt als bewijs voor een resultaat maken ze het juist minder geloofwaardig.
Een bruikbare waarneming is gedateerd en concreet: bijen die op een warme ochtend in juli de bloeiende kruiden bezoeken, met de plek, de waarnemer en de omstandigheden erbij. De bewering dat de boerderij de lokale biodiversiteit heeft vergroot, is een ander soort uitspraak; ons artikel over betrouwbaar bewijs voor biodiversiteit legt uit wat er nodig zou zijn om die te onderbouwen.
Bij foto's draait het om herleidbaarheid. Bewaar het originele bestand met de datum bij het bezoekverslag, zodat een foto in een rapport terug te voeren is op het bezoek waarbij hij is gemaakt. Toestemming van iedereen die herkenbaar is, komt eerst, en gepubliceerde beelden tonen geen klantlogo's of adresgegevens.
Mag een kleine stadsboerderij CO₂-besparing claimen?
In de meeste gevallen niet: een kleine stadsboerderij hoort geen CO₂-besparing te rapporteren, omdat dat cijfer bijna volledig zou rusten op aannames die niemand heeft gemeten. Het weglaten is geloofwaardiger dan een getal noemen dat u niet kunt verdedigen.
Vermeden transportuitstoot hangt af van welk voedsel de oogst heeft vervangen en hoe dat voedsel anders zou zijn vervoerd, en beide zijn onbekend. De koolstof die gewassen opnemen, blijft maar kort vastgelegd, omdat de gewassen binnen het seizoen worden geoogst en gegeten of gecomposteerd. De boerderij heeft daarnaast een eigen voetafdruk, van materialen en substraat tot de ritten die nodig zijn voor het onderhoud. Een geloofwaardig CO₂-cijfer zou een erkende rekenmethode, een duidelijke afbakening en gegevens vragen die een klein boerderijprogramma niet oplevert.
Wat u wel kunt rapporteren, is wat u hebt gemeten: teeltoppervlak, oogst, donaties, deelname en waarnemingen, met eventuele klimaatrelevantie hooguit in woorden beschreven. Toont een rapport een gemodelleerd cijfer, zoals de koolstof die de planten opnemen, dan hoort dat als schatting gelabeld te zijn, met de methode erbij, en nooit als besparing of compensatie te worden gepresenteerd. Laat elke klimaatclaim, waar u ook actief bent, vóór publicatie nakijken door uw juridische of compliance-afdeling.
Wie controleert de cijfers, en wanneer moeten ze klaar zijn?
De cijfers gaan door drie controles voordat ze in een ESG-rapport komen: de stadsboer legt ze op het moment zelf vast, de aanbieder stemt ze af bij de seizoenssamenvatting, en uw rapportageverantwoordelijke beoordeelt ze voordat ze in een publicatie worden overgenomen. Elke controle heeft een eigen taak.
- Bij het bezoek: de stadsboer noteert de oogst, de bestemming en de waarnemingen op de dag zelf, niet later uit het hoofd.
- Aan het eind van het seizoen: de aanbieder controleert of de seizoenstotalen kloppen met de wekelijkse notities, signaleert gaten en labelt elke schatting.
- Voor publicatie: uw duurzaamheids- of rapportageverantwoordelijke controleert afbakening, eenheden en labels, en houdt de oorspronkelijke verslagen beschikbaar voor het geval een accountant of externe assurance-verlener erom vraagt.
Het verifieerbaarheidsprincipe van de GRI-standaarden beschrijft hetzelfde idee: informatie moet zo worden vastgelegd dat ook anderen dan de opstellers haar kunnen onderzoeken, en de oorspronkelijke bronnen moeten te achterhalen zijn. In de praktijk betekent dat: bewaar de weekverslagen en foto's, niet alleen de seizoenstotalen.
De timing is dit najaar belangrijk. GRESB publiceerde op 1 oktober de resultaten van de beoordeling 2026, en deelnemers kunnen tot 30 januari 2027 een Results Performance Review aanvragen. Voor vastgoedteams is dit dus een logisch moment om hun bewijs te bekijken en te bepalen wat ze volgend jaar verzamelen.
In de EU meldt EFRAG dat de Europese Commissie een gedelegeerde handeling over de herziene ESRS heeft gepubliceerd. De herziene standaarden vereenvoudigen en stroomlijnen de rapportage-eisen en gaan gelden voor boekjaren die op of na 1 januari 2027 beginnen. Of uw organisatie eronder valt, is een vraag voor uw rapportageteam. Hoe dan ook: de methode voor 2027 moet vastliggen vóór de eerste oogst van het jaar, niet erna.
Waar het buitenseizoen voorbij is, is de winter het moment om die methode met uw aanbieder vast te leggen. Binnenboerderijen blijven in de winter produceren, dus hun weekverslag loopt door terwijl de buitenboerderij rust. In warmere klimaten volgt het seizoen een andere cyclus, maar de volgorde is dezelfde: eerst de methode afspreken, dan beginnen met tellen.
Veelgestelde vragen
Wat doet u met cijfers uit eerdere seizoenen die nooit zijn gelabeld?
Label ze achteraf niet als gemeten. Tenzij de oorspronkelijke bezoekverslagen laten zien dat een oogst is gewogen, behandelt u het cijfer als niet geverifieerd, en dat vermeldt u als u het opnieuw gebruikt. Begint u met labelen, noteer dan de methodewijziging, zodat een sprong tussen twee jaren niet wordt aangezien voor een verandering op de boerderij.
Welke gegevens van de boerderij vraagt u te ontvangen?
Dat hangt af van uw contract, dus het loont om dat vóór het volgende seizoen te regelen. Vraag de aanbieder welke verslagen en foto's u ontvangt, in welk formaat, en wat ermee gebeurt als het programma stopt. Uw rapportageteam heeft genoeg nodig om elk gepubliceerd cijfer naar zijn bron te herleiden, niet alleen een afgerond document.
Kunt u de cijfers van uw boerderij vergelijken met die van een ander gebouw?
Alleen met zorg. Teeltoppervlak, gewaskeuze, seizoenslengte en de methode achter elk cijfer verschillen per locatie, dus een kale vergelijking van totalen zegt weinig. Vergelijk totalen alleen als afbakening, periode en methode overeenkomen, en benoem de verschillen als dat niet zo is.
Is uw buitenboerderij net gesloten voor het seizoen, gebruik de winter dan om af te spreken wat er in 2027 wordt gemeten, vóór een installatie of herstart in het voorjaar. Wilt u liever ook in de koude maanden een weekverslag bijhouden, dan is een binnenboerderij het deel van het programma dat niet stilvalt.



